Ziektes bij de kat

Hoe merk ik als mijn kat ziek is?

Katten worden ook wel eens ziek, net als mensen. Daar kan meestal niemand wat aan doen. U merkt aan uw kat, dat er iets aan de hand is als zijn gedrag verandert:

- hij wil niet meer eten
- hij wil niet meer drinken
- hij drinkt juist heel erg veel
- hij gaat vaker naar de kattenbak
- hij mauwt klagelijk op de kattenbak
- hij vermagert erg veel
- hij slaapt ontzettend veel
- hij zondert zich af
- hij krijgt een doffe vacht
- je kunt het zogenaamde derde ooglid zien.

Een hele lijst met ziekteverschijnselen, maar zoals gezegd zal je het wel merken als er iets scheelt met je kat.  Ga vooral op uw gevoel af.  Als u denkt dat uw kat iets heeft, aarzel dan niet en neem je kat eens mee voor een bezoek aan de dierenarts. Er hoeft vaak niet eens iets ergs aan de hand te zijn en als u er snel bij bent, is zijn ziekte gemakkelijker en goedkoper te behandelen.

Welke erge ziektes kunnen voorkomen bij katten?

Kattenziekte

Panleukopenie, beter gekend onder de naam "kattenziekte", is wellicht de best gekende aandoening onder de kattenziekten. Het virus is over de hele wereld verspreid; het is zeer besmettelijk en gaat gepaard met een zeer hoge sterfte. Katten kunnen worden besmet door de kleren en de handen van handelaars, door besmette bekleding en zelfs door vlooien van een zieke kat. Bij niet beschermde katten tast het virus de meeste organen aan , vooral het maag- darmkanaal, met diarree, braken en loomheid tot gevolg. Het virus kan eveneens belangrijke letsels veroorzaken in de lymfeklieren en het beenmerg, zeer belangrijke plaatsen voor de verdediging van het organisme. In dat geval is het weerstandsvermogen van het organisme tegen andere microben afgenomen en zal de aandoening slechts verergeren.

PREVENTIE: Het is onontbeerlijk katten tegen panleukopenie te vaccineren. Sedert vele jaren zijn veilige en doeltreffende vaccins tegen panleukopenie beschikbaar. Jonge katten dienen op de leeftijd van 9 weken te worden gevaccineerd. De vaccinatie dient 3-4 weken later te worden herhaald. Een jaarlijkse vaccinatie wordt aanbevolen. Jonge katten waarvan de moeder vooraf niet jaarlijks werd gevaccineerd, kunnen zeer vroeg na de geboorte worden gevaccineerd.

Niesziekte

Niesziekte is de meest voorkomende infectieziekte bij de kat. Bij de volwassen dieren is de ziekte meestal dodelijk en bij de jonge kat kan het een dodelijke afloop hebben, vooral wanneer door verzwakking andere aandoeningen een kans krijgen. Niesziekte is geen ziekte die door een enkel virus word veroorzaakt. Deze infectie van de luchtwegen word veroorzaakt door verschillende virussen en bacteriën.

De belangrijkste virussen zijn Calicivirus (FCV) en het Rhinotracheitis-virus (FVR). De symptomen, die deze twee virussen geven, lijken sterk op elkaar. Hierdoor is het moeilijk om te bepalen welke van de virussen er in het spel is. Een bacterie die ook een rol kan spelen in het niesziekte complex is Chlamidia. Bacteriële infecties van de luchtwegen kunnen in de meeste gevallen afdoende behandeld worden met antibiotica. Dit geld echter niet voor virusinfecties. Katten kunnen worden gevaccineerd tegen de belangrijkste virussen die infecties van de luchtwegen kunnen veroorzaken. Het is zeker niet zo dat een kat die tegen niesziekte is gevaccineerd nooit meer verkouden kan worden. Wel is het zo dat een regelmatige gevaccineerde kat beter bestand zal zijn tegen vitale infecties van de luchtwegen. Tevens is het mogelijk tegen Chlamidia te vaccineren.

PREVENTIE: De bacteriële infecties kunnen gemakkelijk worden behandeld met antibiotica, wat niet het geval is voor virale infecties. De vaccinatie tegen virale  rhinotracheïtis en infectie door het Calicivirus kan alleen worden uitgevoerd of in combinatie met de vaccinatie tegen kattenleukopenie. Er bestaat een gecombineerde entstof die eveneens tegen Chlamydia beschermt. Katten ouder dan 9 weken dienen 2 vaccinaties te krijgen met een interval van 3 tot 4 weken. Voor een optimale bescherming mag het jonge katje vanaf 9 weken ingeënt worden. Een jaarlijkse hervaccinatie is aangeraden. 

FIP (Feline Infectieuze Peritonitis)

FIP is een door coronavirussen overgebrachte ziekte. Infectie treedt op via mond of neus,
direct van kat tot kat of via verontreinigde oppervlakken. Hoewel het virus in de omgeving enkele weken kan overleven, wordt het goed geïnactiveerd door de meeste huishoudelijke schoonmaakmiddelen.
Coronavirussen zijn veel voorkomende virussen, welke niet allen tot FIP leiden. De verschillende ondersoorten van het virus noemt men stammen. Veel van deze stammen veroorzaken weinig of geen ziekteverschijnselen. Het voorkomen van verschillende
virusstammen binnen de coronavirussen gecombineerd met het feit dat niet alle stammen even sterk ziekteverwekkend zijn, maakt dat FIP via bloedonderzoek moeilijk te diagnosticeren is.
Coronavirussen die FIP veroorzaken infecteren en vermeerderen zich in witte bloedcellen (afweercellen). In reactie hierop treedt een sterke ontstekingsreactie op.
Op het ogenblik denkt men dat het FIP-virus ontstaat door een kleine verandering in een goedaardig coronavirus.

PREVENTIE: De ziekte reageert spijtig genoeg niet op antibiotica noch op andere behandelingen. Jarenlange studies hebben hun vruchten afgeworpen: een vaccin werd ontwikkeld en is beschikbaar bij uw dierenarts. Het wordt rechtstreeks toegediend via de neus van de kat, in twee dosissen, gevolgd door een jaarlijkse hervaccinatie. Vraag inlichtingen bij uw dierenarts.

FELV (Feline Leukemie Virus)

FELV is een door (retro)virussen overgebrachte vorm van kanker van het bloed- en immuunsysteem.
Besmetting treedt op door directe overdracht van het virus via het speeksel bij onderling likken, blazen of bijten. Daarnaast kunnen kittens via de placenta en de moedermelk geïnfecteerd worden.
Ongeveer 40% van de geïnfecteerde katten reageert met een effectieve afweerreactie, het virus wordt verwijderd en het dier is weer genezen.
30% van de geïnfecteerde dieren wordt latente drager; dieren die drager van 'slapende' virussen (meestal in het beenmerg)zijn. Deze dieren kunnen bij verminderde weerstand of bij ziekte door andere oorzaak wel ziek worden. In de latentietijd worden ze niet gezien als een ernstig besmettingsgevaar voor andere katten.
De laatste 30% van de katten wordt ziek met virusuitscheiding of kan een persisterende drager worden (hierbij is het virus in het bloed aanwezig). Deze dieren hebben een zeer grote kans aan het virus te overlijden. Dit zijn ook de dieren die de infectie kunnen overbrengen, gedurende (meestal) 1 tot 16 weken nadat ze zelf zijn geïnfecteerd.

Hondsdolheid (rabiës) 

Hondsdolheid is een zeer gevreesde kattenziekte, die eveneens besmettelijk is voor de mens. Hondsdolheid, een aandoening die de warmbloedige dieren, met inbegrip van de mens, treft, komt het hele jaar voor. Hondsdolheid wordt veroorzaakt door een virus dat een affiniteit heeft voor zenuwweefsel. Meestal kan het rabiësvirus via een wondje, tengevolge van een beet, zich verspreiden in de perifere zenuwcellen en vervolgens in de hersenen waar het zich vermenigvuldigt. De infectie verspreidt zich in het gehele lichaam, zelfs tot in de speekselklieren, de overbrengingshaard van het virus naar andere dieren en naar de mens. De evolutie van de ziekte kan weken, zelfs maanden duren en eindigt meestal met de dood, vooral door ademnood en verstikking. De kat is door haar gedrag en haar levenswijze één van de gevaarlijkste dieren voor de mens. In België zijn er globaal genomen meer katten dan honden met hondsdolheid.

PREVENTIE: De vaccinatie beschermt het dier en helpt bij het opbouwen van een beschermende barriere tussen de mens en het reservoir van hondsdolheid. Vaccinatie tegen hondsdolheid is verplicht in verschillende streken van België (Ardennen, ten zuiden van Samber en Maas), op kampeerterreinen, alsmede voor reizen naar het buitenland.

FIV OF KATTENAIDS (Feline Immunodeficiëntie Virus)

FIV is een door (lenti)virussen overgebrachte virusziekte.
Besmetting treedt op door directe overdracht van het virus via bijtwonden. Dit houdt in dat vooral katers risico lopen omdat ze vaak meer territoriale agressie vertonen. Ook het in de nek bijten bij de dekking kan overdracht van het virus bewerkstelligen.
Vooral in cattery's is dit de manier van overdracht. Daarnaast kunnen kittens in principe via de placenta en de moedermelk geïnfecteerd worden, dit gebeurt echter (bijna) alleen als de moeder besmet wordt terwijl ze dragend of lacterend is.

PKD (Polycystic Kidney Disease)

PKD is een autosomaal dominante erfelijke afwijking van de nieren die vooral voorkomt in Perzen en met Perzen verwante rassen (dus ook de britten). De ziekte is al ruim 30 jaar bekend, maar wordt slechts sporadisch in de veterinaire literatuur besproken. De laatste 10 jaar kreeg het pas de slechte naam van een erfelijk, langzaam verergerend en onomkeerbaar ziekteproces.

De ziekte laat op ongeveer zevenjarige leeftijd een nierfalen zien dat veroorzaakt wordt door groeiende cysten (met vocht gevulde blaasjes) in de nieren, waardoor deze enorm vergroot kunnen worden en langzamerhand het normale nierweefsel verdringen De nieren raken hierdoor zo beschadigd dat ze hun functie niet meer behoorlijk kunnen uitoefenen. Het laat zich raden dat de dood het gevolg is. Vanaf de geboorte zijn in beide nieren kleine cysten waar te nemen. De cysten kunnen variëren in grootte van minder dan 1 mm tot groter dan 1 cm. Oudere dieren hebben meestal meer en grotere cysten. Ook in andere organen zoals de lever en de baarmoeder zijn cysten waargenomen. Doordat de ziekte slechts langzaam voortschrijdt, zullen niet alle katten de klinische symptomen in zodanige mate krijgen dat ze eraan sterven.
Sommige Perzische katten met ADPKD hebben levercysten en een kat die bij de spreker bekend is, had verwijding van lymfevaten en cystenvorming in de uterus. Katten met ADPKD kunnen al overlijden aan nierfalen voor er ontdekt is dat er sprake is van veel cysten in de lever.
Ruwweg wordt ADPKD bij katten gekarakteriseerd door cysten waarbij door de nier heen slechts een klein percentage van de nefrons (functionele nier eenheid, bestaande uit glomerulus en het aansluitende tubulussysteem) betrokken is. De grootte van de cysten neemt toe met de leeftijd. De plek waar de cysten ontstaan, varieert. Uitzonderlijke cystenvorming, hoewel niet karakteristiek voor specifieke nefronsgedeelten, zijn opvallend variabel.

Katten HCM wordt gekenmerkt door een vullingsdefect van de linkerhartkamer.
Even in het kort de bouw en functie van het hart. Het hart bestaat uit 4 ruimtes. De linkerboezem en -kamer en idem de rechter. Het bloed komt in de boezem in het hart, wordt via een klep tussen boezem en kamer naar de kamer geperst en dan door de kamer naar respectievelijk het lichaam of de longen geperst, als de kamer gaat persen sluit de klep tussen boezem en kamer waardoor het bloed niet terug kan naar de boezem. Het linker hart voorziet het lichaam van bloed, de rechter stuwt het bloed naar de longen. Daar word het bloed voorzien van zuurstof, waarna het via linker boezem en kamer naar het lichaam gaat.
Probeer dit beeld van het hart voor ogen te houden. Bij HCM wordt door de verandering in de hartspier de wand van de linkerkamer verdikt, hierdoor·wordt het volume van de linkerkamer verminderd, ook wordt de wand stijver waardoor deze zich niet kan ontspannen om bloed binnen te laten. Ook wordt de kracht van het hart minder door veranderingen in hartspier en de mogelijkheid om de spier te ontspannen om bloed binnen te laten verminderd ook. Al deze veranderingen leiden tot een vergrote druk in de linkerkamer met als gevolg een vergrote druk in de linkerboezem en tot slot een drukverhoging in de longvenen met als gevolg long oedeem ( vocht in de longen).
De verhoogde druk in de linkerkamer zorgt er ook voor dat de doorbloeding van de kamerwand door de kransslagader wordt bemoeilijkt. Deze slechte doorbloeding van de hartspier vermindert de actieve ontspanning direct bij het begin van de vulling van de kamer en speelt daardoor een belangrijke rol bij de progressie van HCM.
De slechte doorbloeding van de hartspier heeft ook gevolgen voor het zenuwstelsel van het hart. waardoor het gevoeliger wordt voor ritmestoornissen. Het versnellen van de hartslag om beter te pompen verhoogt de zuurstofbehoefte van de hartspier terwijl de vulling van de kamer nog slechter wordt.
Omdat het hart niet goed meer functioneert, daalt de bloeddruk het lichaam reageert hierop door via het vegetatieve zenuwstelsel de vaten te laten samenknijpen waardoor de bloeddruk weer stijgt maar het zieke hart het nog moeilijker krijgt.

Ziekteverschijnselen van HCM

Hoewel HCM het meest voorkomt bij middelbare mannelijke katten, zie je ook katten van 3 maanden tot 17 jaar waarbij 87 % mannelijk is.
De ziekteverschijnselen zijn variabel en kunnen lopen van lethargie, slecht eten, gewichtsverlies, wegkruipen tot flauw vallen, benauwdheid en verlamming van de achterbenen. Soms gaan ze plotseling dood.
Hoesten door longoedeem zie je zelden bij katten in tegenstelling tot honden.
Bij auscultatie hoor je soms een hartgeruis en arythmieen (onregelmatig hart).
De meest waarschijnlijke oorzaak voor een hartruis bij katten is HCM.
De meest voorkomende complicatie van HCM is het falen van het linkerhart en thrombo-embolie (het vastlopen van bloedpropjes in de arteriën).Meestal gebeurt dit bij mannelijke katten van ongeveer 8 jaar. Het meest voorkomende gevolg van zo'n embolie is verlamming aan de achterbenen, door het vastlopen van een bloedprop op de splitsing van de aorta naar de twee achterbeen arteriën ( zadelembolie).Dit gaat gepaard met ernstige pijn, afwezigheid van een pols ( kloppen van de arterie aan de binnenzijde van het achterbeen), gezwollen strakke kuitspieren en het blauw worden van nagelbed en zooltjes.

Diagnostische testen van HCM

Met behulp van een ECG en röntgen foto's en vooral echo's kan men de diagnose met zekerheid stellen